Copilot agents training
Een Copilot-agent kan informatie verzamelen, medewerkers ondersteunen en afhankelijk van de inrichting dichter op processen en acties zitten. Dat vraagt om meer dan weten waar je moet klikken. Met Copilot agents training helpt Hupra gebruikers en beheerders begrijpen hoe agents werken, waar de grenzen liggen en hoe je er verantwoord mee omgaat.
Wanneer is dit relevant voor jouw organisatie?
Misschien staat de eerste Copilot-agent klaar voor gebruik. Of een kleine groep medewerkers werkt er al mee en nu wil je de toepassing breder beschikbaar maken. Dan komen er al snel andere vragen dan tijdens het bouwen. Waar haalt de agent zijn informatie vandaan? Mag ik ervan uitgaan dat een antwoord klopt? Wat doe ik als de agent iets onverwachts doet? Welke informatie mag ik gebruiken? En wanneer moet een medewerker zelf de controle houden?
Voor beheerders spelen weer andere vragen. Zij willen bijvoorbeeld begrijpen welke rol rechten, databronnen en instructies spelen en waar ze op moeten letten wanneer een agent wordt aangepast. Copilot agents training is relevant wanneer je wilt dat mensen niet alleen toegang krijgen tot agents, maar ook begrijpen hoe ze er binnen hun rol verantwoord mee werken.
Wat verandert er in de praktijk?
Gebruikers krijgen meer houvast bij het werken met agents. Ze weten beter waarvoor een agent bedoeld is, wat ze ervan kunnen verwachten en wanneer controle nodig blijft.
Dat helpt ook om verkeerde verwachtingen te voorkomen. Een agent die medewerkers ondersteunt bij het vinden van interne informatie heeft een andere rol dan een agent die onderdeel is van een proces. Niet iedere uitkomst kan op dezelfde manier worden gebruikt en niet iedere medewerker hoeft dezelfde kennis te hebben. Voor medewerkers die betrokken zijn bij beheer kan de training juist meer inzicht geven in de werking achter de agent. Zo ontstaat een duidelijker onderscheid tussen gebruiken, controleren en beheren.
Wat Hupra voor je doet
Een training wordt pas nuttig wanneer medewerkers herkennen wat ze leren. Daarom koppelt Hupra de inhoud zoveel mogelijk aan de agents, toepassingen en afspraken binnen de organisatie. Werkt een agent bijvoorbeeld met interne kennis? Dan zijn brongebruik en controle van antwoorden relevante onderwerpen. Kan een agent informatie uit meerdere systemen gebruiken? Dan worden toegang en rechten belangrijker.
We kijken ook naar de verschillende rollen rond een agent. Een eindgebruiker hoeft niet hetzelfde te weten als iemand die verantwoordelijk is voor functioneel beheer of verdere ontwikkeling. Welke onderwerpen, diepgang en trainingsvorm passend zijn, hangt daarom af van de agents die worden gebruikt en de mensen die ermee gaan werken.
Waar staat jouw organisatie nu?
Breng je basis op orde.
Krijg inzicht in processen, systemen en afhankelijkheden.
Cornel van Westen
Directeur
Hoe werkt de aanpak?
De inhoud begint bij de praktijk waarin de agent wordt gebruikt. Welke taken ondersteunt de agent? Wie gebruikt hem? Welke informatie kan de agent bereiken? Welke handelingen zijn mogelijk? En welke afspraken gelden binnen de organisatie?
Van daaruit bepalen we welke kennis voor de betrokken gebruikers relevant is. Voor een medewerker kan dat bijvoorbeeld gaan over goede interactie met de agent, het beoordelen van antwoorden en weten wanneer menselijke controle nodig is. Bij beheerders kunnen onderwerpen als instructies, databronnen, rechten, wijzigingen en foutgedrag meer aandacht krijgen.
Ook bespreken we waar de grenzen liggen. Een agent kan overtuigend reageren en toch informatie verkeerd interpreteren. Een technisch mogelijke actie hoeft niet automatisch binnen de afgesproken werkwijze te passen. De precieze invulling hangt af van de toepassing, doelgroep en bestaande kennis binnen de organisatie.
Voor management
Een agent beschikbaar stellen betekent nog niet dat medewerkers weten hoe ze er verantwoord mee moeten werken. Voor management is daarom belangrijk dat training aansluit op de rol die agents binnen de organisatie krijgen. Wat mogen medewerkers ermee doen? Waar blijft menselijke controle nodig? Wie is verantwoordelijk wanneer een agent onderdeel wordt van een proces? En bij wie kunnen gebruikers terecht wanneer iets niet goed gaat?
Dat helpt om verwachtingen realistischer te maken. Het doel is niet dat iedereen zoveel mogelijk met agents gaat werken. Het gaat erom dat medewerkers begrijpen wanneer een agent nuttig is en hoe ze de toepassing op een verantwoorde manier inzetten.
Voor IT
Voor IT en functioneel beheer gaat de kennis rond agents verder dan het gebruik aan de voorkant. De werking kan afhankelijk zijn van instructies, identity, toegangsrechten, databronnen, connectoren en de technische omgeving waarin de agent actief is. Een gebruiker die bepaalde informatie niet krijgt, kan bijvoorbeeld tegen een functionele beperking aanlopen, maar het kan ook samenhangen met toegang of de beschikbare bron.
Ook wijzigingen verdienen aandacht. Een andere instructie, nieuwe databron of aangepaste rechten kunnen invloed hebben op het gedrag van een agent. Afhankelijk van de toepassing kunnen daarnaast logging, monitoring, foutafhandeling en escalatie relevant zijn. Welke technische onderwerpen onderdeel zijn van de training, hangt af van de rol van de deelnemers en de inrichting van de agents.
Waarom Hupra?
Een algemene training kan uitleggen wat Copilot-agents zijn. Maar daarmee weet een medewerker nog niet automatisch hoe de eigen agent binnen de organisatie werkt. Hupra legt daarom de verbinding met de praktijk. We kijken naar de mensen die de agent gebruiken, het proces waarin deze een rol speelt en de data en systemen waarop de werking steunt.
Daarbij nemen we ook security, rechten en bestaande afspraken mee. Zo staat training niet los van de technische inrichting of governance, maar sluit de uitleg aan op wat medewerkers daadwerkelijk tegenkomen.
Als het vraagstuk breder wordt
Tijdens een training kunnen vragen ontstaan die niet met extra uitleg zijn opgelost. Misschien blijkt dat gebruikers niet weten welke AI-toepassingen ze mogen gebruiken. Dan kan AI governance & compliance aandacht vragen. Wanneer medewerkers moeite hebben om nieuwe werkwijzen structureel toe te passen, kan adoptie & change relevanter worden.
Voor beheerders kunnen weer andere onderwerpen naar voren komen. Als een agent onderdeel wordt van de dagelijkse operatie, ontstaat bijvoorbeeld behoefte aan monitoring, wijzigingen en beheer via agent operations. En wanneer bestaande agents verder ontwikkeld moeten worden, kan technische verdieping rond Copilot Studio of de achterliggende data en integraties nodig zijn. Hupra ICT kijkt naar die samenhang. Wanneer aanvullende expertise nodig is, kunnen we vanuit TechOne Group kennis betrekken die past bij het bredere vraagstuk.
Vrijblijvend advies
Benieuwd wat dit voor uw organisatie betekent?
Laat uw gegevens achter en een van onze specialisten neemt binnen één werkdag contact met u op. Geheel vrijblijvend.
- Binnen één werkdag persoonlijk antwoord
- Advies op maat, geen standaardpakket
- Ruim 45 jaar ervaring in het MKB
Neem contact op
Van Veldhuizen Logistiek
"Als Hupra niet flexibel zou zijn, zou het geen goede partner voor ons zijn."
Berth van Veldhuizen, directeur bij Van Veldhuizen Logistiek
Hupra in beeld
Eerst je IT op orde, dan pas AI
Hoe houd je grip op security en compliance?
Hoe richt je AI-governance goed in?
Hoe bestuur je AI binnen een organisatie?
Veelgestelde vragen
Wat wil je weten over Copilot agents training
Voor wie is Copilot agents training relevant?
Copilot agents training kan relevant zijn voor medewerkers die Copilot-agents gaan gebruiken en voor mensen die betrokken zijn bij het beheer ervan.
Welke kennis nodig is, verschilt per rol. Een eindgebruiker heeft andere vragen dan iemand die een agent beheert of aanpast. Daarom hangt de inhoud af van de toepassing en doelgroep.
Moeten we al Copilot-agents hebben voordat we een training volgen?
Niet per se. Training kan relevant zijn voordat een agent breder wordt geïntroduceerd, maar ook wanneer agents al worden gebruikt.
Als er al concrete agents beschikbaar zijn, kan de inhoud beter worden gekoppeld aan herkenbare situaties binnen de organisatie.
Wat leren medewerkers over het verantwoord gebruiken van agents?
Dat hangt af van de agent en de rol van de medewerker. Onderwerpen kunnen bijvoorbeeld zijn waarvoor de agent bedoeld is, hoe je antwoorden beoordeelt, wanneer controle nodig blijft en welke afspraken gelden rond informatiegebruik.
Het doel is dat medewerkers niet alleen weten hoe ze een agent gebruiken, maar ook begrijpen waar de grenzen liggen.
Is de training ook bedoeld voor IT en functioneel beheer?
Dat kan. Beheerders hebben meestal andere informatie nodig dan eindgebruikers. Afhankelijk van hun rol kunnen bijvoorbeeld instructies, databronnen, identity, toegangsrechten, wijzigingen en foutgedrag relevant zijn. Welke technische diepgang nodig is, wordt afgestemd op de situatie.
Moeten medewerkers de antwoorden van een Copilot-agent altijd controleren?
Hoeveel controle nodig is, hangt af van wat de agent doet en waarvoor de uitkomst wordt gebruikt. Een agent kan een overtuigend antwoord geven dat toch onvolledig of onjuist is.
Daarom is het belangrijk dat medewerkers begrijpen wanneer zij een uitkomst zelf moeten beoordelen en wanneer aanvullende controle nodig is. Zeker wanneer een agent werkt met belangrijke informatie of onderdeel is van een bedrijfsproces.